Anorexia.doc

(127 KB) Pobierz
1

1.            Anorexia, een fenomeen met verschillende DIMENSIES

 

1.1        Hoe wordt anorexia gedefinieerd?

 

Anorexia blijkt een goed verstaand fenomeen te zijn. Uit een kleine zelfgemaakte enquête  is gebleken dat de mens uit de straat anorexia vaak definieert als een lichamelijk probleem met directe uiterlijke gevolgen. (BIJLAGE 1) Hieruit kunnen we concluderen dat iedereen wel weet wat anorexia is, maar als men er dieper op in gaat, blijkt dat anorexia vanuit meerdere invalshoeken kan bekeken worden. Letterlijk betekent het: gebrek aan eetlust door nerveuze oorzaken. Dit is echter misleidend: patiënten hebben geen gebrek aan eetlust maar onderdrukken juist hun hongergevoel. De verschillende invalshoeken van waaruit men anorexia kan definiëren zijn: medische, psychosociale en culturele criteria.

 

Medisch wordt het probleem gedefinieerd als het niet accepteren van een lichaamsgewicht dat overeenkomt met het te verwachten gewicht wanneer men kijkt naar lengte en leeftijd. Anorexiepatiënten wegen minimaal 15 procent te weinig. Op psychisch vlak is vaak een verstoring van het lichaamsbeeld vast te stellen. Dit kan al dan niet een gevolg zijn van sociale factoren. Cultureel kan het begrip gedefinieerd worden als een gevolg van de toenemende druk van het slankheidideaal.

 

Algemeen kunnen twee types anorexia worden onderscheiden: het restrictieve type en het purgeertype. Bij het restrictieve type is het lage lichaamsgewicht uitsluitend het resultaat van vasten en diëten en niet van zelfopgewekt braken of misbruik van laxeermiddelen. Het purgeertype vertoont echter wel het gebruik van laxeermiddelen als gevolg van eetaanvallen.  ( www.sabn.be,2004)

 

 

1.2        Wie behoort tot de risicogroepen?

 

·         Meisjes in de puberteit: tijdens deze periode worden ze geconfronteerd met het vrouw worden. Hierdoor voelen ze zich onzeker.

·         Vrouwen tussen 20 en 30: vrouwen in deze leeftijdscategorie zijn kwetsbaar voor het slankheidideaal doordat ze de neiging voelen om zich te ‘moeten’ settelen. Ze willen er perfect uitzien voor hun perfecte man in hun perfect uitgestippelde leventje.

·         Vrouwen in midden en hoge sociale klasse: algemeen kan worden vastgesteld dat de status van de vrouw de gevoeligheid aan anorexia beïnvloedt. Dit is te verklaren doordat hoger geschoolde vrouwen vaak uit zijn op het maken van carrière en hiervoor aan allerlei idealen willen voldoen. Het blijkt immers een ongeschreven wet te zijn dat je als knappe, slanke vrouw meer kans maakt op het verkrijgen van ‘de job van je leven’.

·         Vrouwen uit westerse culturen: in een cultuur die strikte normen oplegt voor gewicht en lichaamsvorm, is het risico op eetstoornissen groter. Het is daarom dat anorexia in westerse landen vaker voorkomt dan in minder ontwikkelde landen. Immigranten die uit een andere cultuur in de westerse cultuur belanden, lijken ook eerder een abnormaal eetgedrag te ontwikkelen.

·         Jongens in de prepuberteit: vele jongens krijgen in het begin van hun puberteit minder te kampen met een onduidelijk gevoel over hun identiteit in tegenstelling tot meisjes. De voornaamste oorzaak bij jongens is het zoeken naar hun seksuele identiteit. Ze voelen vaak veel angsten voor seksuele activiteiten en relaties. Ze zijn heel verlegen en wantrouwig tegenover vrouwen.

·         Homoseksuelen: homoseksuelen zijn vaker ontevreden over hun lichaam dan heteroseksuelen. Die negatieve lichaamsbeleving kan te maken hebben met de strengere culturele norm van slankheid in het homomilieu, maar kan indirect ook het gevolg zijn van kritische opmerkingen uit de omgeving over hun homoseksualiteit. Het gemiddelde gewicht van homoseksuele mannen ligt algemeen lager dan dit van heteroseksuelen.

·         Beroepsgroepen (dansers, modellen en sportmensen zowel mannen als vrouwen): ook hier heersen strikte slankheidnormen die de opleiding indirect voorschrijft.

·         Moeilijke kindertijd, jeugd: factoren uit de omgeving kunnen het negatieve zelfbeeld in de hand werken en hierdoor het proces van eetstoornissen bevorderen.

(veilige hel,2002, p.70-72)

 

1.3        Is anorexia een frequent voorkomend fenomeen?

 

Hoewel het gewicht van de meeste mensen binnen een tolereerbare grens ligt, voelen de meeste mensen zich ontevreden over hun lichaamsgewicht. Deze ontevredenheid is reeds merkbaar op vroege leeftijd. Anorexia ontstaat dus dikwijls doordat mensen zich dik voelen terwijl ze het niet zijn.

 

 

Uit onderzoek (BIJLAGE 2) blijkt dat jongeren tussen 11 en 15 jaar zich vaak te dik voelen. Opvallend hierin is dat de helft van de meisjes zich te dik voelt, terwijl dit aantal merkbaar lager ligt bij jongens. Tussen verschillende landen van Europa blijkt er geen significant verschil te zijn in aantallen van jongeren die zich te dik voelen. Bekijken we het probleem op wereldvlak dan kan geconcludeerd worden dat het zich vooral voordoet in de geïndustrialiseerde landen.

 

Uit een steekproef  bleek dat van deze jongeren die denken dat ze te dik zijn, slechts 1 procent ook effectief lijdt aan anorexia. Van deze 1 procent zijn er 1/10 jongens. Toegepast op een populatie van 1000 mensen zijn er 10 gevallen van anorexia waarvan 9 meisjes en 1 jongen. We moeten natuurlijk wel rekening houden met het feit dat het hier een steekproef betreft en dat tal van gegevens over de herkomst van deze steekproef op de site achterwege zijn gebleven. Zo kan men met een steekproef die genomen wordt in Parijs, het hart van de modewereld, schokkendere cijfers bekomen dan deze. Een fotomodel weegt gemiddeld 23 procent minder dan de Amerikaanse vrouw. (veilige hel,2002, p.69-70)

 

Uit meer concrete gegevens van een onderzoek, aangesteld door de Vlaamse overheid, is gebleken dat  9 procent van de vijftienjarige meisjes kampt met eetstoornissen. Toenmalig Vlaams minister van Welzijn, Mieke Vogels, liet een onderzoek uitvoeren door de KU Leuven naar het eetgedrag bij vijftienjarige meisjes. Onderzoekster An Vandeputte stuurde 100 enquêtes naar Centra voor Leerlingenbegeleiding, die het medisch onderzoek van de leerlingen doen. Bij 14,2 procent van de meisjes stelde de arts een objectief gewichtsprobleem vast: 6,9 procent van de meisjes bleek aan anorexia te lijden, 3,9 procent aan boulimie en 3,4 procent leden aan andere eetstoornissen.(BIJLAGE 3)

(De Standaard, 13 februari 2002)

 

2.           
Symptomen

 

Beschrijvingen van de symptomen van anorexia leggen meestal de nadruk op het gewichtsverlies. Dit is echter riskant, aangezien gewichtsverlies vaak één van de late symptomen van de ziekte is en dus pas opvalt als de ziekte zich al helemaal genesteld heeft in het individu. Zulke beschrijvingen zorgen er voor dat heel wat gevallen van anorexiaverschijnselen pas in een gevorderd stadium van de ziekte worden opgemerkt. Hierdoor is het van belang dat de symptomen vanuit meerdere perspectieven worden geanalyseerd, louter dan vanuit het lichamelijke.

(De Veilige Hel, 2002, p40-58)

 

2.1        Wat zijn de veranderingen op lichamelijk vlak?

 

·         Het individu vertoont gewichtsverlies (AN).

·         Het individu heeft een schommelend gewicht (BN).

·         Het individu heeft het koud terwijl hij of zij meerdere lagen kleding draagt.

·         Bij het individu wordt de menstruatie onregelmatig, of blijft zelfs weg.

·         Het individu voelt zich erg vermoeid en heeft pijn bij zitten of liggen.

·         Het individu lijdt aan obstipatie of maag-/darmstoornissen.

·         Het individu vertoont verslapping en uitdroging van de huid.

·         Het individu krijgt donsbeharing of haaruitval.

·         Het individu lijdt aan verslechtering van het gebit.

·         Het individu vertoont daling van de hartslag, trage pols en hartritmestoornissen.

 

2.2        Welke veranderingen vertoont anorexia op sociaal vlak?

 

·         Het individu zondert zich af, of gaat met andere woorden in isolatie.

·         Het individu ontloopt sociale contacten, in het bijzonder die waarbij gegeten wordt.

·         Het individu traint veel, vaak met intensieve trainingsprogramma`s, met als doel het verbranden van calorieën.

·         Het individu  is obsessief bezig met rituelen, vooral bij AN, waarbij bijvoorbeeld alles in een bepaalde volgorde gedaan moet worden.

·         Het individu vertoont toenemend wantrouwen naar de omgeving toe.

2.3        Welke veranderingen vinden er plaats op het gebied van voeding?

 

·         Het individu eet steeds minder.

·         Het individu wil liever alleen eten.

·         Het individu vindt dat steeds meer soorten voedsel niet “mogen”.

·         Het individu is steeds meer bezig met “gezond eten”.

·         Het individu heeft schuldgevoel als er meer gegeten wordt dan gepland was.

·         Het individu eet langzaam, kauwt uitvoerig en ontwikkelt aparte eetrituelen.

·         Het individu drinkt vaak grote hoeveelheden caloriearme dranken.

·         Het individu verzamelt recepten, maakt graag eten voor anderen klaar, maar eet hier zelf niet van.

·         Het individu ontwikkelt een krampachtige houding tegenover eten, gewicht en lichaam.

 

2.4        Wat zijn de psychische en emotionele veranderingen?

 

·         Het individu is in gedachten voortdurend en op dwangmatige manier met eten bezig.

·         Het individu wordt geplaagd door onrust en rusteloosheid.

·         Het individu vertoont dwangmatig ordelijk gedrag, alles moet perfect zijn.

·         Het individu is slecht geconcentreerd en is in gedachten steeds bezig met lijf, eten en gewicht en alle andere zaken worden minder belangrijk.

·         Het individu ontkent meestal ziek te zijn of problemen te hebben.

·         Het individu gelooft veel te bereiken door gewicht te verliezen.

·         Het individu gebruikt het afslanken om andere problemen te lijf gaan.

·         Het individu denkt zwart-wit.

·         Het individu deelt eten in als goed of fout, als aanvaardbaar of verboden.

·         Het individu is vaak humeurig waarbij het humeur op en neer gaat met het gewicht.

·         Het individu lijdt aan toenemende neerslachtigheid.

·         Het individu heeft gevoelens van depressiviteit en denkt vaak aan zelfmoord.

3.           
Anorexia, een samenspel van verschillende oorzaken

 

De vraag wat de oorzaken van anorexia zijn, houdt wetenschappers al meer dan een eeuw in de ban. Anorexia is een zeer complexe ziekte. Onderzoekers en therapeuten zijn het er wel over eens dat anorexia het best bestempeld kan worden als een ‘biopsychosociaal probleem’. Dit wil zeggen dat anorexia vanuit drie verschillende invalshoeken bekeken en geëvalueerd dient te worden: de biologie, de psychologie en de sociale omgeving waarin we leven. Ook onze cultuur is echter mede verantwoordelijk voor het ontstaan van anorexia. Het gaat trouwens nooit om één oorzaak, maar wel om een samenspel van verschillende factoren.

 

3.1        Kunnen biologische factoren aan de basis liggen van anorexia?

 

Tot nu toe zijn er geen ondubbelzinnige aanwijzingen dat eetstoornissen een puur lichamelijke oorzaak hebben. Naar zaken als erfelijkheid, zinktekort en de invloed van neurotransmitters wordt onderzoek gedaan, maar vooralsnog zonder eenduidig resultaat.

 

In Zweden loopt er op dit ogenblik een onderzoek dat nagaat of anorexia een gevolg is van een afwijking in het immuunsysteem. Volgens de Zweedse onderzoekers zou bij anorexiepatiënten een stoornis optreden in de productie van neuropeptiden in de hersenen die een rol spelen bij de regeling van het energiemetabolisme en de voedselinname. Zij vermoeden dat bepaalde afweerstoffen in het lichaam om één of andere reden abnormaal reageren en de productie van de neuropeptiden gaan verstoren. In totaal werden 57 vrouwen tussen 17 en 42 jaar met anorexia onderzocht. Bij 3 op 4 vrouwen werd er in het bloed antistoffen aangetroffen die bij proefdieren een verstoring van specifieke neuropeptiden veroorzaken. Er werden echter ook antistoffen gevonden bij enkele gezonde vrouwen. Mogelijk vormen antilichamen een risicofactor, maar zijn er nog andere factoren nodig die als een soort katalysator optreden en die de antilichamen activeren, wat zal resulteren in anorexia. Verder onderzoek moet deze hypothese nog bevestigen, indien deze onderzoekers het bij het rechte eind hebben zal dit verregaande gevolgen hebben voor de behandeling van anorexia. (Proceedings of the National Academy of Sciences, november 2003)

 

3.2       
Hoe kunnen sociale factoren leiden tot het ontstaan van anorexia?

 

Ook heel wat sociale factoren liggen aan de basis van anorexia. Vooral kinderen uit een gezin waar weinig plaats is voor communicatie zijn gevoelig voor anorexia. Dergelijke kinderen krijgen in hun opvoeding te weinig kans om hun gevoelens te uiten of leren niet omgaan met conflicten. Ze kunnen hierdoor moeilijk omgaan met emoties, wat zich vaak uit in eetstoornissen. Gebeurtenissen zoals een verbroken relatie, het overlijden van een geliefd persoon, het huis uit gaan of het instuderen van een zwaar examen. Ook ingrijpende traumatische ervaringen, zoals incest en lichamelijk of geestelijk geweld, kunnen leiden tot het ontstaan van een eetstoornis.

 

Ook gebrek aan aandacht vanuit het gezin of van vrienden, kan het gevoel wekken dat men niet geaccepteerd wordt. Anorexiepatiënten gebruiken hun ziekte dan om de aandacht naar zich toe te trekken. Ook kinderen waarvan de ouders een ongezond lijngedrag vertonen, blijken meer vatbaar te zijn voor anorexia.

 

Een andere factor die kan leiden tot anorexia zijn herhaalde, kritische opmerkingen over lichaamsomvang, uiterlijk en gewicht door familieleden, partners, vrienden, klasgenoten, medestudenten of collega's. Dit creëert vaak een vertekend lichaamsbeeld bij de patiënt, wat aanleiding kan geven tot onnodig lijngedrag. Het schadelijke effect zal toenemen naarmate de persoon die de kritische opmerkingen maakt een belangrijker rol speelt in iemands leven.

 

3.3        Welke psychologische factoren kunnen anorexia in de hand werken?

 

Hoewel biologische  en sociale factoren voor het ontstaan van eetproblemen zeker een rol van betekenis hebben, kunnen ook meer persoonsgebonden factoren van belang zijn.

 

Anorexiepatiënten trekken zich meer dan anderen allerlei zaken aan en zijn dus zeer kwetsbaar. Ze vertonen meestal een lage zelfwaardering en hebben een vertekend lichaamsbeeld. Deze factoren kunnen een gevolg zijn van pesterijen op sociaal vlak zoals voorheen reeds besproken werd. Ook extreem perfectionisme is een kenmerk dat vaak terugkomt bij anorexiepatiënten. Ze willen alles erg goed doen, maar slagen hier in eigen ogen bijna nooit in. Vervolgens gaan ze al hun succes en falen in verband brengen met hun lichaamsgewicht. De gedachte: “Alleen als ik tien kilo vermager, zullen mensen mij aardig vinden.” zal hun leven gaan domineren met ernstige eetstoornissen als resultaat.

...

Zgłoś jeśli naruszono regulamin